zaterdag 2 maart 2019

Vechten tegen de wind op Tavelsjö

Vrijdagochtend 22 februari 2019. In Tavelsjö, vlak bij de stad Umeå in het noorden van Zweden, komt de zon op bij een vrijwel heldere hemel. Er staat nauwelijks wind. De thermometer duidt er -24°C aan. Op datzelfde ogenblik zit ik zelf nog op de trein van Gent naar de luchthaven van Zaventem, waar ik om 10 uur de SAS-vlucht naar Stockholm Arlanda zal nemen. Een vlucht die wat vertraging oploopt omwille van de mist in Zaventem. De aansluiting met de vlucht naar Umeå komt gelukkig niet in gevaar.

Als ik rond de middag in Stockholm toekom, schijnt de zon daar nog volop. In de verte doemt wel een veld met hoge cirrusbewolking op. De voorbode van het warmfront dat onderweg is naar Zweden.

Hoge bewolking op de luchthaven van Arlanda, de voorbode van een portie zachte lucht.


Terwijl mijn tweede SAS-vlucht mij om 14 uur richting Umeå brengt, zie ik onder mij de bewolking verder toenemen. De Airbus 319 zet na een korte vlucht de daling in en de piloot meldt door de intercom: "The weather in Umeå: overcast, with a temperature of minus four degrees". Een tiental minuten later zet het vliegtuig zich aan de grond. Meteen zie ik op het raampje druppeltjes opspatten. Dat kan alleen maar onderkoelde regen betekenen. Van zodra ik de vliegtuigtrap afdaal, wordt mijn vermoeden bevestigd. Overal zet zich een laagje ijs af en het tarmac aan de aankomsthal ligt er spekglad bij. Strooiwagens rijden over en weer op de taxibaan.

Ik haal de huurauto op, krab het ijs van de ruiten en draai voorzichtig de weg op, voor de laatste 25 kilometer naar mijn eindbestemming Tavelsjö. Op het grootste deel van het traject is de maximumsnelheid 90 kilometer per uur, maar zelfs de Zweden rijden nu opmerkelijk trager. Dat betekent dat het echt wel glad moet liggen. Gelukkig raak ik zonder problemen tot aan de Airbnb van Lena en Mårten, die ik al enkele jaren ken en die voor een heerlijk avondmaal hebben gezorgd. Op de vensterbank naast de keukentafel staat de display van een weerstationnetje. Tijdens de maaltijd zie ik de buitentemperatuur snel oplopen van -3° naar 0°C.

De Airbnb van Mårten en Lena aan de oever van het meer.


De volgende ochtend sta ik al vroeg op het ijs. Het huis van Mårten en Lena ligt aan de oever van het meer. Tweehonderd meter uit de oever ligt de ijsbaan. Ik mag van Mårten en Lena een "spark" lenen: een stoel bovenop twee lange ijzers, die gebruikt wordt als stepslee. Zo raak ik makkelijk tot aan de geveegde ijsbaan én kan ik aan de rand van de baan comfortabel mijn wandelschoenen ruilen voor mijn schaatsen. Of ik de spark gewoon aan de rand van de ijsbaan mag laten staan terwijl ik aan het schaatsen ben, vraag ik. De gastheren kijken verbaasd op. "Natuurlijk mag dat. Er gaat echt niemand mee gaan lopen, hoor." Dit is het Zweedse platteland.

De "spark" van Mårten en Lena aan de rand van de ijsbaan, zo'n tweehonderd meter buiten de oever van het meer.


Het kwik is verder opgelopen tot +3°C. Af en toe priemt de zon door de wolken. Door de ijzige vrieskou van de voorbije dagen, is de temperatuur van het ijs zelf nog ruim onder nul. De warme en vochtige lucht zet daardoor een dikke laag ruige rijp af op het ijs, dat bijzonder stroef is.

De zachte, vochtige lucht boven de nog erg koude ijsvloer, zorgt voor een laag ruige rijp die het ijs bijzonder stroef maakt en scheurtjes verbergt.


De geveegde baan op Tavelsjön is dit jaar 16 kilometer lang, in de vorm van een 8. Ik schaats twee volledige ronden. De kwaliteit van het ijs wordt snel slechter. De ruige rijp verbergt de kleine scheurtjes, die door de oplopende temperatuur beginnen af te brokkelen als je er toevallig in afzet. Twee valpartijen, gelukkig zonder erg, zijn het resultaat. Ik besluit om het wat rustiger aan te doen en schaats nog een halve ronde. Na een tochtje van 50 kilometer trek ik aan de spark mijn wandelschoenen weer aan. Morgen is de dag van de Tavelsjörännet, de wedstrijd van 80 kilometer waarvoor ik mij een maand geleden nogal impulsief voor heb ingeschreven. Het heeft geen zin om mij de dag voor de wedstrijd te veel te vermoeien, laat staan te blesseren.

Het 8-vormige en 16 kilometer lange traject van de natuursijbaan op het Tavel-meer (Tavelsjön)


De wind steekt een tandje bij. Als ik terug op het appartement ben, duidt de thermometer al +6°C aan. De hemel trekt dicht. Ik neem een douche en slijp mijn schaatsen voor de wedstrijd van morgen.

Tavelsjörännet


Op zondagochtend ben ik al wakker lang voor mijn wekker afloopt. Er schijnt een waterzonnetje en op de Zweedse Radio 1 hoor ik de weerwaarnemingen van 6 uur, die hier nog uitgebreid worden afgelezen op de radio: "Umeå Flygplats: -3 grader". Het is dus wat kouder geworden dan verwacht, met wat lichte vorst. Maar in Tavelsjö is de vorst alweer verdwenen. De thermometer aan het raam staat op +2°C. Na de waarnemingen volgt het weerbericht. Ik hoor dat het SMHI verwacht dat de wind nu snel zal toenemen in kracht. Voor het noorden van Zweden geldt voor deze namiddag en avond zelfs een Klasse 2-waarschuwing voor storm, de op één na hoogste klasse. De start van de wedstrijd is voorzien om 10 uur, maar ik besluit om al veel vroeger het ijs op te gaan.

Ik neem opnieuw de spark om aan de ijsbaan te geraken. Het ijs ligt er beter bij dan gisteren. De ruige rijp is verdwenen. Ik doe mijn schaatsen aan. Na mijn vorige ervaring op het natuurijs in Zweden, heb ik wijselijk besloten om mijn "Hollandse" klapschaatsen om te ruilen voor "Zweedse schaatsen": langlaufschoenen met daaronder lage ijzers die speciaal gemaakt zijn om veilig en comfortabel over natuurijs te glijden. Je sukkelt er veel minder snel mee in scheuren, waardoor het aantal valpartijen letterlijk decimeert.

Bij wijze van opwarming schaats ik wat over en weer op de zuidelijke lus. De zon verdwijnt volledig achter de wolken en het waait al hard. Er valt zelfs wat regen en er komt meer en meer water op het ijs. Iets na 9 uur schaats ik naar de startplaats aan Sundlingska Gården, aan de noordwestelijke uithoek van de baan. Ik krijg mijn stoffen wedstrijdnummer overhandigd, dat meteen uit mijn handen waait en in een grote plas dooiwater terecht komt. Het is doorweekt. Ik laat het wapperen in de strakke wind en het is gelukkig weer droog gewaaid nog voor het startschot klinkt.

De startplaats aan Sundlingska Gården, met de mascotte van Tavelsjö (foto: Mårten Edberg)


Ik heb mij ingeschreven voor de langste tocht, de 80 kilometer. We zijn slechts met vijf deelnemers voor deze "Hollandse Uitdaging". Alle andere schaatsers kiezen voor de 32 of 16 kilometer. Om 10 uur stipt weerklinkt het startsignaal. Met de wind in de rug gaat het richting zuidelijke lus. Het ijs is nog vrij goed. Het gaat met een rotvaart. Ik heb besloten om mijn eigen tempo te rijden en laat twee Zweden een lichte voorsprong nemen. Na 7 kilometer volgt een haakse bocht en krijgen we de strakke wind pal tegen. Van een rotvaart gaat het noodgedwongen naar een sukkeldrafje. Voorbij de kruising van de "8" zit de wind weer wat meer van opzij en gaat het weer iets sneller. Het laatste stuk van de ronde, richting finish, staat de wind weer meer op kop. De eerste ronde leggen we af in ongeveer drie kwartier.

Op het stuk meewind in de tweede ronde, maak ik kennis met de schaatser die zich tijdens het eerste stuk tegenwind in mijn zog heeft gezet. Kalvis is een wetenschapper uit Letland die werkt aan de universiteit van Umeå en in zijn vrije tijd wielrenner is. Klimmen is zijn specialiteit, zegt hij. Voorbij het keerpunt is er van praten geen sprake meer. De wind neemt steeds maar in kracht toe en blaast ons soms bijna achteruit. Aan de finish is het hoog tijd voor bevoorrading. "Over deze ronde hebben we tien minuten langer gedaan", merkt mijn Letse medeschaatser op.

Op het einde van de tweede ronde neem ik mijn Letse medeschaatser Kalvis op sleeptouw. Het ijs wordt stilaan erg zacht en het waait steeds harder. (foto: Mårten Edberg).


Niet alleen de wind neemt toe. De temperatuur is inmiddels gestegen tot +7°C en het ijs is boterzacht geworden. Ook meewind daalt het tempo nu fors. Ik zak immers met mijn ijzers dikwijls 1 tot 2 cm diep in het ijs, waardoor ze meer als ankers werken dan als glij-ijzers. Bij elke afzet brokkelt het ijs ook af. Tegenwind halen we nu hooguit nog een wandeltempo en bij forse rukwinden staan we zelfs even stil. Mijn tochtgenoot is een lichtgewicht. Mijn gewicht van bijna 90 kg is nu een serieus nadeel en ik kan mijn mindere conditie niet meer compenseren met mijn betere techniek. Bij het ingaan van de vierde ronde zeg ik mijn nieuwe Letse vriend dat hij niet moet wachten en dat ik op eigen tempo verder schaats.

Die vierde ronde gaat het van kwaad naar erger. Het ijs lijkt wel sorbet. Afzetten lukt niet meer. Ik haal deelnemers van de 16 en de 32 kilometer in. Zij zijn pas na 11 uur gestart en sommigen komen nauwelijks vooruit. Ze trekken centimeters diepe groeven door het zachte ijs. De wind waait bij momenten stormachtig. Ik doe meer dan een uur over die ene ronde van 16 kilometer, net als alle andere schaatsers die nog op het ijs zijn. In overleg met de organisatoren besluit ik om de laatste van de vijf voorziene ronden niet meer aan te vatten. Het heeft geen zin om nog eens meer dan een uur over het ijs te ploeteren in weersomstandigheden die steeds slechter worden. Ik word als vierde in de uitslag opgenomen. Ik ben niet eens echt moe. Schaatsen is gewoon onmogelijk geworden door het zachte ijs en de stormwind. Na een korte huldiging schaats ik nog een laatste stuk van 8 kilometer, tot aan mijn spark en schoenen.

Deelnemers aan de 32 kilometer vechten tegen de wind en laten diepe sporen na in het boterzachte ijs. (foto: Mårten Edberg).

Epiloog


Achteraf gezien hebben de organisatoren brute pech gehad met het weer. De dag van de Tavelsjörännet was toevallig zowat de zachtste en winderigste van de hele winter. Een paar dagen later was het er alweer volop aan het vriezen en lag de ijsbaan er weer perfect bij. De ijsbaan op zich is allicht één van de mooiste van heel Europa, perfect onderhouden door de vrijwilligers van sportverenigig Tavelsjö AIK.

Volgend jaar komt er zeker een derde editie van de Tavelsjörännet. De organisatoren leren uit hun ervaringen. De start zal volgende winter een heel stuk vroeger in de ochtend worden gegeven. Dan is het ijs nog een stuk beter, in het onwaarschijnlijke geval dat het opnieuw zo zacht weer zou zijn. Ik ben alvast uitgenodigd om opnieuw deel te nemen. Daar moet ik geen twee keer over nadenken. Nergens heb ik al zo genoten van het schaatsen als op de prachtige baan in Tavelsjö.







Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Al bijna 70 mm regen in juni

De meteorologische zomer is in Drongen een heel stuk minder droog begonnen dan vorig jaar. In juni 2018 ving de pluviometer van mijn weersta...