dinsdag 1 februari 2022

Ook februari begint zonder vorst

We zijn begonnen aan de laatste maand van de weerkundige winter en het ziet er nog altijd allesbehalve rooskleurig uit voor de schaatsers in de Lage Landen. Januari verliep zonder noemenswaardige vorst en februari gaat voorlopig verder op dit weinig stichtende pad. 

Op dit ogenblik dendert de straalstroom strak van west naar oost over onze hoofden, en dan hoef je echt geen winterweer te verwachten. Donderdag vat een hogedrukgebied op een totaal foute plek plaats: boven Frankrijk en de Alpen. Vanaf vrijdag komen we onder de invloed van een depressiekern voor de Noorse kust. Dat zijn allemaal scenario's waarbij de vorst geen vaste voet aan de grond krijgt bij ons. Ook op de wat langere termijn lijkt hier geen verandering in te komen.

Een strakke straalstroom dendert over onze hoofden en voert zachte zeelucht aan. (bron kaart: ecmwf via wetterzentrale.de)


In Scandinavië zien we een gevarieerd beeld. Koude periodes en periodes met dooiweer wisselen er elkaar af. In het zuiden van Zweden duren de dooiperiodes vaak te lang, waardoor de natuurijsbanen dikwijls meerdere dagen gesloten moeten worden wegens te slecht ijs. Meer naar het noorden is de dooi van kortere duur en ligt er vaak erg goed ijs op de geveegde banen.

Op dit ogenblik is het in midden-Zweden weer wat kouder, zodat het ijs zich kan herstellen. Vanaf vrijdag gaat het kwik in de omgeving van de bekende schaatsplek Falun weer omhoog, richting het vriespunt. Die regio krijgt dan kwakkelweer, met een temperatuur rond de 0°C. Een stuk meer naar het noorden, in Luleå, blijft de temperatuur de komende 10 dagen onder nul. De talrijke Nederlandse marathonschaatsers die op het eind van deze maand naar Luleå afzakken, hoeven zich dus geen zorgen te maken.

woensdag 19 januari 2022

Weten die Vlamingen iets af van schaatsen?

De voorbije weken kreeg mijn IJsverwachting er opvallend veel nieuwe volgers bij uit Nederland. Dank daarvoor. Voor hen is het misschien interessant om te lezen hoe het schaatsen leeft in Vlaanderen. Daarom deze kleine bijdrage.

Ondergelopen meersen aan de Leie in Deinze, februari 2021.


Laat ik meteen mijn eerste stokpaardje maar bovenhalen. Hoe vaak lezen we niet in de pers dat Vlaanderen geen schaatscultuur heeft? Compleet fout! Vlaanderen heeft wél een schaatscultuur. Dat merk je telkens weer als er natuurijs ligt. Plots haalt de helft van de Vlamingen één of meerdere paren schaatsen uit de kast of van de zolder en gaan ze massaal het ijs op. Dan blijkt telkens weer hoe verslingerd we zijn aan het schaatsen.

Helaas is de Vlaamse schaatser door de natuur wat minder bedeeld dan de Nederlandse. We hebben minder meren, kreken, kanalen en sloten dan in Nederland én we liggen iets zuidelijker, waardoor dat weinige water ook nog eens minder vaak bevriest. Meer dan eens zitten we in Vlaanderen jaloers te kijken naar schaatsers op natuurijs in het noorden van Nederland, terwijl er hier nog niet eens een vliesje ijs op het water ligt.

In het rolschaatsen en later skeeleren is België één van de toplanden in de wereld. Van Annie Lambrechts over Frank Fiers tot Bart Swings, Sandrine Tas en nog zovele anderen: allemaal zijn of waren ze wereldtop. Als je ziet waar hun clubs gevestigd zijn, dan valt er iets op: dat is telkens op plaatsen waar er vroeger veel werd geschaatst. Zo ligt de bekende skeelerpiste van Zandvoorde vlak naast de Keignaert, een kreek waar je perfect op kan schaatsen tijdens koude winters. De skeelerclubs van Evergem, Eeklo en Ertvelde liggen vlakbij de Meetjeslandse kreken. Er zijn ook veel skeeleraars in de buurt van de rivier de Leie. Oude, afgesneden meanders van die Leie zijn ook bekende schaatsplekken tijdens de winter. Kortom: overal waar er vroeger veel werd geschaatst, heb je nu ook skeelerclubs.

Twee van Belgiës bekendste schrijvers hebben elkaar in hun tienerjaren leren kennen tijdens het schaatsen op natuurijs. In 1878 ontmoette de latere Nobelprijswinnaar Literatuur Maurice Maeterlinck die andere bekende schrijver Cyriel Buysse tijdens het schaatsen op de ondergelopen meersen van Drongen, nabij Gent. Ze zouden altijd vrienden blijven. Buysse was een uitstekend schaatser en schreef  er later zelfs een roman over: De roman van den schaatsenrijder



Zelf heb ik leren schaatsen toen ik amper 4 jaar oud was. Uiteraard op natuurijs, want een kunstijsbaan in de buurt was er toen niet. Eerst op kunstschaatsjes, daarna op hockeyschaatsen en sinds 1985 op noren. Langebaanschaatsen volg ik op de voet en ik mis geen enkele grote wedstrijd op tv, maar niets kan voor mij tippen aan de oervorm van het schaatsen: marathonschaatsen op natuurijs. Niets kan er op tegen de strijd tegen de natuurelementen. Bittere kou, wind, sneeuw, scheuren,... Het hoort onlosmakelijk bij een wintersport als schaatsen.

Persbelangstelling voor de ijsmeester van de Kraenepoel in Aalter in februari 2018.


Dat dreigt mij bij mijn tweede stokpaardje te brengen: de moderne, overdekte ijsbanen met supersnel ijs hebben gezorgd voor fantastische prestaties en tijden, maar zijn tegelijk ook dodelijk geweest voor de internationale populariteit van het schaatsen. Bekijk de oude beelden van schaatswedstrijden in Oslo en Göteborg, in open stadions. Geen blokjes in de bochten, maar randjes van sneeuw. Vogelpoep op het ijs (nietwaar, Hilbert van der Duim). Sneeuwvegen tijdens de wedstrijd. Schaatsers die moeten beuken tegen de wind in. Ik geef toe: niet altijd gelijke omstandigheden. Maar wel met tienduizenden mensen op de tribunes. Iets waar het supersnelle, maar o zo steriele langebaanschaatsen van vandaag alleen maar kan van dromen. 

Het zet ook een rem op de internationale ontwikkeling van de sport. Heb je geen peperdure overdekte ijsbaan? Dan kan je het wel schudden. Geen grote toernooien die je nog mag organiseren, geen schaatsers in je land die kunnen wennen aan supersonisch snel ijs en die daardoor altijd met een achterstand aan de start komen. Kijk maar naar de teloorgang van het Zweedse langebaanschaatsen de voorbije decennia. Gelukkig is daar dan plots Nils Van der Poel, de Zweed die lekker zijn zin doet, zijn voeten veegt aan het steriele schaatsen en daar ook nog eens prachtige resultaten mee haalt op de lange afstanden. Zou het jullie verwonderen als hij de winnaar wordt van de volgende Elfstedentocht?

woensdag 12 januari 2022

Hogedrukgebied op de foute plek

 Als het hier een tijdje stil is, is dat meestal geen goed teken voor wie zit te wachten op natuurijs. Ook nu is dat het geval. Ons weer wordt bepaald door een hogedrukgebied, maar wel eentje dat op de totaal verkeerde plaats is terecht gekomen en vaak is dat een horrorscenario voor natuurijsliefhebbers in de Lage Landen. Het is een situatie die lang kan blijven aanhouden. 

De analysekaart van de voorbije nacht (bron kaart: ecmwf via wetterzentrale.de)


De kern van het hogedrukgebied ligt ten zuidwesten van Ierland, met een uitgebouwde wig naar Centraal-Europa. De wigas ligt dus ten zuiden van onze omgeving, en dat is een foute boel. We krijgen dan wel rustig hogedrukweer, maar met een zwakke westelijke tot noordwestelijke stroming, die zachte zeelucht laat binnensijpelen in de onderste lagen. Het kan dan wel eens een graadje vriezen 's nachts, maar er hangt vaak ook lage bewolking en mist. Overdag ligt de temperatuur enkele graden boven nul. Op mistige dagen kan het kwik ook overdag wel eens rond het vriespunt blijven hangen, maar veel levert dat niet op qua ijsvorming.

De komende week hoeven we geen verandering te maken. De hogedrukkern verplaatst zich soms wat, maar blijft steevast op een foute plek liggen. Er komt dus de eerstkomende 7 dagen weinig verandering in het weerbeeld: rustig maar vaak grijs met minima rond of iets boven het vriespunt en maxima rond een graad of 5. Natuurijs van betekenis zit er voorlopig niet in.

zondag 2 januari 2022

Minder extreem zacht, later wat winterse buien

Dat het voorbije jaareinde en Nieuwjaarsdag zowel in Nederland als in België de warmste waren sinds het begin van de officiële waarnemingen, daar kijken we helaas al lang niet meer van op. Op de westelijke flank van een hogedrukgebied met centrum boven de Alpen, werd in een sterke zuidelijke stroming subtropische lucht vanuit Noord-Afrika naar de Lage Landen getransporteerd.

Bron: UK Metoffice.


Ondertussen is het iets minder zacht geworden. De aangevoerde lucht komt niet langer vanuit Noord-Afrika, maar vanover de Atlantische Oceaan, uit het gebied net ten noorden van de Azoren. We spreken dan van gematigde lucht, nog altijd goed voor maxima rond 12°C. 

Vanaf dinsdag 4 januari bepaalt een lagedrukgebied voor de Noorse kust ons weerbeeld. De subtropische luchtmassa's in onze omgeving maken dan plaats voor polaire. Secundaire kerntjes nabij Ierland en Bretagne maken de verwachting ietwat onzeker. Vooral dinsdag valt er daarbij heel wat neerslag, bij maxima in de omgeving van Gent rond een graad of 8. In de Hoge Venen kan de regen 's avonds overgaan in sneeuw. 

Bron kaart: ecmwf via wetterzentrale.de


Woensdag 5 januari staat er een sterke noordwestelijke stroming in onze omgeving (zie kaart hierboven). In de onstabiele luchtmassa ontstaan er buien, die een winters karakter kunnen krijgen. Mogelijk valt er daarbij ook wat natte sneeuw in het laagland. De maxima liggen rond 6°C, dus een lang leven is een eventueel sneeuwdekje niet beschoren. Zelfs de kans op lichte vorst tijdens de nachten is klein. Het wordt dus wel gevoelig minder zacht dan de de voorbije dagen gewoon waren, maar echt winters kun je dit bezwaarlijk noemen.

Ook de dagen daarna blijft een westcirculatie de lakens uitdelen, met wisselvallig en vrij zacht weer. De hoofdberekening van het Europese weermodel laat begin volgende week een hogedrukkern zien ten noorden van onze omgeving. Daardoor zou het kouder kunnen worden, maar dat is nog lang niet zeker. Zolang er in het gebied tussen Groenland en Newfoundland ijskoude luchtmassa's de oceaan op blijven stromen, krijgt de westcirculatie brandstof en verloopt de opbouw van hoge luchtdruk op een voor ons gunstige plaats erg problematisch.

Voorlopig is er dus geen spraken van natuurijs in de Lage Landen, laat staan schaatsijs.

In het overgrote deel van Scandinavië blijft het koud en zijn er goede schaatsmogelijkheden, al kan sneeuwval nu en dan wel een spelbreker zijn.

dinsdag 28 december 2021

Laatste dagen van 2021 verlopen uitzonderlijk zacht

Het zijn alweer harde tijden voor wie houdt van schaatsen op natuurijs in de Lage Landen. Een vervelend samenspel tussen een zuidelijk gelegen hogedrukgebied en een Atlantische depressie zorgt voor een opstuw van subtropische lucht naar onze omgeving. De laatste dagen van 2021 verlopen daardoor uitzonderlijk zacht en misschien zelfs recordzacht met maxima rond 14 à 15°C. Begin januari wordt het opnieuw wat minder zacht, maar winterweer staat voorlopig nog niet op het programma.

Dooiperiodes zijn vaak goed voor schaatsers in het hoge noorden. Als het nadien weer gaat vriezen ligt het ijs er weer perfect bij.


Ook de Alpen ontsnappen niet aan het uitzonderlijk zachte weer. Aangezien de schaatstochten op de Weissensee in Oostenrijk deze winter omwille van corona zijn geschrapt, ga ik deze winter niet berichten over de schaatsmogelijkheden daar.

In Scandinavië zijn de omstandigheden een stuk beter. Ook daar rukt de zachte lucht soms op, vooral in het zuiden, maar november was daar zo uitzonderlijk koud dat er op de meeste plaatsen al een dikke ijsvloer ligt. Een korte dooiperiode is dan zelfs goed voor het ijs. De geveegde natuurijsbanen worden dan op natuurlijke wijze "gespoeld" en de sneeuw op de meren kan dan gaan "stöpen". Dat is een Zweeds woord dat zich moeilijk laat vertalen. Het betekent dat de ijsvloer onder het gewicht van de natte sneeuw naar beneden wordt gedrukt en dat de sneeuwlaag zich volledig vol zuigt met water. Als het daarna weer gaat vriezen, ligt er een egale en harde, grijze ijsvloer die opnieuw perfect beschaatsbaar is. "Stöpis" is dus geen sneeuwijs, dat qua kwaliteit vaak erg bedenkelijk is.

De zuidelijk gelegen lagedrukgebieden stuwen zachte zeelucht naar de Benelux, maar Scandinavië blijft vrijwel altijd aan de koude kant van de depressies liggen. Alleen in het meest zuidelijke deel van Zweden ligt de temperatuur te hoog. Ten noorden van de lijn Göteborg-Jönköping-Norrköping zijn de omstandigheden vrij goed.



Wie deze site al een tijdje volgt, weet dat ik een old school meteoroloog ben die weinig of geen waarde hecht aan langetermijnverwachtingen. Weersverwachtingen zijn vrij betrouwbaar tot vijf dagen ver, de "pluim" van het ensemble geeft een mogelijke trend aan tot 10 dagen vooruit. Het laatste deel van de 15-daagse pluim is naar mijn mening al niet meer bruikbaar om concrete verwachtingen op te stellen en neem ik zelf nooit mee in mijn verwachting.. Er wordt veel onderzoek gedaan naar maand- en seizoensverwachtingen, maar bruikbare uitkomsten leveren ze voorlopig voor onze omgeving nog niet op. Het bekijken van de uitvoer van het maandmodel van ECMWF, die 2 keer per week beschikbaar komt, kan leerzaam en interessant zijn, maar het opmaken van een concrete verwachting aan de hand van deze modeluitvoer is zinloos en schept alleen maar verkeerde verwachtingen.

donderdag 23 december 2021

Wintergrens loopt met kerst vast boven Nederland

De voorbije dagen waren in Vlaanderen licht winters, met mooi berijpte landschappen en plaatselijk matige vorst. Hier in Drongen daalde het kwik gistermorgen tot -6°C. Dat zit er de komende dagen niet meer in. Op kerstdag zakt de wintergrens tijdelijk weer tot over Nederland, maar daarna trekt ze zich (ver) naar het noorden en oosten terug.

Het Hallerbos in Vlaams-Brabant bood gisteren een winterse aanblik, compleet met een (dun) laagje natuurijs.


De koude nachten zorgden voor het eerste, erg beperkte, schaatsplezier in Nederland. We zagen mooie beelden van schaatsende kinderen op opgespoten ijsbanen, waar vrijwilligers na hard nachtelijk labeur een laagje natuurijs op het asfalt hadden aangebracht. We zagen ook bedenkelijke beelden van "schaatsers" die een veel te dun laagje ijs op een ondergelopen weiland vandaliseerden, om zo toch maar de eersten te kunnen zijn die zich op natuurijs waagden.

De verwachting voor de kerstdagen bleef lang onzeker. Ons weer wordt dan bepaald door depressiekernen die een zuidelijke koers varen. Een occlusiefront van zo'n depressie vormt de scheiding tussen koude lucht met sneeuw en veel zachtere lucht met regen. Heel lang bleef onduidelijk waar die grens precies kwam te liggen en per modeluitdraai kwam er wel een andere oplossing uit de bus. In zo'n geval kan je niet anders dan rustig afwachten naar welke oplossing de verschillende modeluitvoeren uiteindelijk zullen convergeren. Zolang dat niet éénduidig is, kan je als meteoroloog alleen maar wijzen op de onzekerheid. Na elke nieuwe uitvoer afwisselend koud en warm blazen, is echt geen goed idee en ondermijnt alleen maar het vertrouwen in de operationele meteorologie.

Bron kaart:UK MetOffice.


Inmiddels is er wel een vrij grote duidelijkheid over de situatie. Het occlusiefront komt op zaterdag (kerstdag) over de Lage Landen te liggen (zie kaart hierboven). Het midden en noorden van Nederland komen daarbij tijdelijk in de kou terecht, met vorst en sneeuw. Vlaanderen blijft aan de zachte kant van het front, met regen en een temperatuur die ruim boven het vriespunt blijft.

Na de kerstdagen zit een terugkeer van de winter er niet meteen in. De straalstroom loopt weliswaar erg zuidelijk, maar een depressiekern nabij Bretagne stuurt met een zuidenwind maandag erg zachte lucht naar ons land. Ook het jaareinde lijkt erg zacht te gaan verlopen.

Eén van de volgende dagen post ik hier een bijdrage over de schaatsmogelijkheden in de rest van Europa.

maandag 20 december 2021

Enkele nachten met lichte tot matige vorst

De komende nachten gaat het licht en misschien zelfs matig vriezen, maar een aanloop naar een langdurige vorstperiode is dit niet. Heel eventjes stroomt er wat koudere lucht uit het noordoosten binnen en in combinatie met opklaringen onder een hogedrukkern zorgt dit dus voor een tweetal vorstnachten. Vanaf woensdag verplaatst de hogedrukkern zich  naar Oost-Europa. De wind ruimt daardoor bij ons verder door naar het zuiden. Daarmee stroomt er weer gevoelig zachtere lucht binnen. Eerst alleen nog op grotere hoogte, maar vanaf donderdag ook op grondniveau.

Aanvriezende nevel en mist zijn voorlopig de meest 'winterse' taferelen die we mogen verwachten.


Morgen dinsdag en overmorgen woensdag worden dus twee koude dagen, met maxima in Vlaanderen iets boven het vriespunt en minima morgen rond -3°C in de regio Gent en woensdag rond -5°C. Hier en daar kan een dun ijslaagje ontstaan, maar dat is geen lang leven beschoren. Donderdag trekt een warmfront over onze regio en tegen donderdagavond is het kwik al opgelopen tot 8 à 10°C. Er staat dan ook een stevige zuiden- tot zuidwestenwind en er valt nu dan wat regen. Het beetje ijs dat er hier en daar ligt, zal dus snel weer verdwenen zijn.

Ook kerstavond, vrijdag 24 december, verloopt in Vlaanderen erg grijs en zacht, met nu en dan wat regen en een temperatuur rond 9°C. Voor kerstdag, zaterdag 25 december, zijn de verwachtingen nog wat onzeker. Ons weer wordt dan bepaald door een zuidelijk gelegen depressie, met kern ten zuiden van Ierland. Er ligt dan een occlusiefront in onze buurt. Ten noorden van deze occlusie waait de wind uit de oostelijke sector, met aanvoer van koude landlucht. Ten zuiden ervan voert een zuidenwind erg zachte zeelucht aan. Het is nog niet helemaal duidelijk waar deze scheidingslijn precies komt te liggen.

Ook voor de dagen daarna blijft deze onzekerheid nog in de weerkaarten zitten, waardoor er over het weer na het kerstweekend nog weinig zinnigs te vertellen valt.