vrijdag 21 september 2012

Smelt het zeeijs aan de zuidpool niet?

Radio 2-weerman Geert Naessens twitterde gisteren een merkwaardig feit: nooit lag er aan de Zuidpool meer zeeijs dan nu. En dat terwijl we aan de Noordpool net een record-minimum aan zeeijs hebben bereikt. Het lijkt op het eerste gezicht erg tegenstrijdig. In het artikel waar de tweet naar linkt, insinueert de auteur (en dat is niet Geert Naessens, voor alle duidelijkheid) zelfs een samenzwering in de media, omdat dit feit niet zou passen in het verhaal van de opwarming van de aarde. De kop is veelzeggend "Zeg het niet verder: het ijs op Antarctica neemt toe". Maar is er wel sprake van een tegenstrijdigheid? Nee dus.

Het klopt wél dat er de voorbije 33 jaar nooit zoveel zeeijs lag rond Antarctica als dit jaar: 16,05 miljoen vierkante kilometer om precies te zijn. Sinds 1979 hangen er polaire satellieten in de ruimte die de oppervlakte van het zeeijs aan de Noord- en Zuidpool in kaart brengen. Sindsdien beschikken we dus over een ononderbroken en homogene meetreeks. In de grafiek voor de Zuidpool zien we dat het jaarlijkse maximum niet erg veel fluctueert: sinds '79 ligt het steevast tussen de 15 en 16 miljoen vierkante kilometer. Het record van dit jaar is reëel, maar niet echt spectaculair. Ook het zomerminimum fluctueert weinig of niet.



De grafiek voor de Noordpool toont een heel ander beeld. Het wintermaximum is lichtjes gedaald, maar in het zomerminimum zien we een spectaculaire afname. Van 1979 tot 1990 lag het nog tussen de 5 en de 6 miljoen vierkante kilometer. Een dag of tien geleden was dat nog amper 2,3 miljoen vierkante kilometer, een verpulvering van het record uit 2007 toen er 's zomers nog 3 miljoen vierkante kilometer bleef liggen.



Hoe kunnen we dit verschil tussen de twee polen verklaren? De Noord- en de Zuidpool zijn niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk elkaars tegenpolen. De geografische Noordpool bevindt zich in het midden van een oceaan. De geografische Zuidpool ligt op een continent, dat op veel plaatsen 2000 tot 4000 meter boven de zeespiegel uitsteekt. Op het noordelijk halfrond ligt het zeeijs dus op de eigenlijke pool, op het zuidelijk halfrond ligt het zeeijs veel verder van de pool af, vastgevroren aan het continent.

Straal- en oceaanstromen
Omdat het zeeijs in Antarctica veel verder van de pool af ligt, is het bijna allemaal éénjarig ijs: in de zomer smelt het af, in de winter groeit het weer aan. Met andere woorden: elk jaar begint de aangroei bijna volledig vanaf nul. In deze cyclus zien we de voorbije dertig jaar weinig variatie.
Antarctica is een ijskoud continent dat volledig omgeven is door relatief warme oceanen. Een paar weken geleden daalde het kwik op de basis Vostok tot -81°C. Dat extreme temperatuursverschil zorgt dat de straalstroom er erg goed ontwikkeld is, dat die als een ring rond Antarctica loopt én weinig meandert. Dat zorgt ervoor dat de koude lucht als het ware opgesloten zit op de Zuidpool en niet kan wegstromen. Er is in Antarctica ook geen tegenhanger van de Golfstroom, die warm oceaanwater tot in de poolstreken aanvoert. In tegendeel: de Antarctische Circumpolaire Stroom draait met de wijzers van de klok mee rond het hele continent en houdt ook het koude zeewater gevangen rond de kust. Daardoor warmt het aan de Zuidpool minder snel op dan aan de Noordpool.




Een heel ander beeld zien we op de Noordpool. Ver van de geografische pool vinden we ook alleen maar éénjarig ijs, dat elk jaar in de zomer afsmelt en in de winter weer aangroeit. Dichter bij de pool duurt het smeltseizoen normaal gezien niet lang genoeg om het zeeijs volledig te doen verdwijnen. Daar vinden we meerjarig zeeijs: ijs dat gedurende drie tot zeven jaar is aangegroeid. Meestal niet langer, omdat het zeeijs meedrijft op oceaanstromingen, die het ijs na een aantal jaar weer wegvoeren van de pool.
In de winter is het aan de Noordpool nog altijd koud genoeg om het zeeijs grotendeels weer te laten aangroeien tot een maximum van 13 à 14 miljoen vierkante kilometer. Door de opwarming van de aarde wordt het aandeel aan dun éénjarig ijs in dit wintermaximum steeds groter. Dat heeft uiteraard tot gevolg dat het ijs in het volgende zomerseizoen veel sneller verdwijnt. Het maximum blijft dus min of meer gelijk, maar het minimum zakt steeds dieper weg.

Nieuw record op komst
Eigenlijk durf ik nu al te stellen dat we volgende winter een nieuw record zullen breken: nooit zal het zeeijs aan de Noordpool tijdens één seizoen meer aangegroeid zijn. Er zal meer dan 11 miljoen vierkante kilometer nieuw ijs bijgekomen zijn. In 1980 bedroeg de aangroei met nieuw éénjarig ijs maar 8 miljoen vierkante kilometer, gewoon omdat er veel meer meerjarig ijs al aanwezig was. Wat dat betreft, is het record aan aangroei van éénjarig ijs op de Noordpool nog veel spectaculairder dan het huidige record aan de Zuidpool. Maar u zult het met mij eens zijn: dit betekent allesbehalve dat de aarde nu  aan het afkoelen is.

Aan de Zuidpool is er nu eenmaal weinig of geen meerjarig ijs dat kan wegsmelten en in de winter blijft het er koud genoeg om een grote hoeveelheid nieuw éénjarig ijs te doen ontstaan. Een weinig spectaculair maximumrecord zeeijs tijdens de winter aan de Zuidpool en een verpulvering van het minimumrecord tijdens de zomer aan de Noordpool: het is dus niet zo tegenstrijdig als het op het eerste gezicht lijkt.

2 opmerkingen:

  1. heel flauw detail: kwik daaalt niet tot -81 C, omdat kwik bevriest bij -39 C....

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Grappige en terechte opmerking ;-) Het kwik daalde alleen figuurlijk tot -81°C. "De thermometer duidde -81°C" was een betere formulering geweest.

    BeantwoordenVerwijderen

Een wisselvallige en koele week op komst

Na de zomerse nationale feestdag van gisteren, schakelen we nu een tandje terug op weergebied. Dat hebben we te danken aan een depressiekern...